
Levering in zowel Nederland als België
Home » Wat is het verschil tussen Rc-waarde en Rd-waarde?
De rd-waarde (isolatiewaarde van één materiaallaag) zegt hoeveel warmteweerstand een isolatieplaat of -deken zélf levert. Je berekent rd zo:
rd = dikte (m) / λ (lambda, W/mK)
Dikte: hoe dikker, hoe hoger rd.
Lambda (λ): hoe lager λ, hoe beter het materiaal isoleert en hoe hoger rd bij dezelfde dikte.
Praktisch: rd gebruik je om isolatiematerialen onderling te vergelijken, bijvoorbeeld PIR platen vs glaswol platen bij 100 mm dikte.
De rc-waarde (isolatiewaarde van de complete constructie) zegt hoeveel warmteweerstand je hele dak-, vloer- of wandopbouw heeft. Rc is dus breder dan rd: je telt niet alleen de isolatie mee, maar óók de andere lagen (bijvoorbeeld gips, hout, beton, luchtlagen) én de binnen- en buitenoppervlakteweerstanden.
rc = (som van alle r-waardes van alle lagen) + rsi + rse
rsi en rse zijn vaste “overgangsweerstanden” aan binnen- en buitenzijde (constructie-afhankelijk).
Rc is de waarde die je vaak terugziet bij eisen en berekeningen voor een dak, gevel of vloer.
Praktisch: twee constructies met dezelfde rd van de isolatie kunnen toch een andere rc hebben, omdat de rest van de opbouw verschilt.
Het belangrijkste verschil in één zin
Rd = isolatielaag zelf.
Rc = complete bouwdeelopbouw (isolatie + alle andere lagen).
Hieronder zie je voorbeelden die laten zien hoe je denkt. De exacte uitkomst hangt af van het gekozen product (lambda verschilt per merk/type) en de volledige opbouw.
Voorbeeld 1: pir platen in een schuin dak
Je kiest PIR platen omdat je veel rd wilt bij beperkte dikte (lage λ).
Stel: 120 mm PIR met λ rond 0,022–0,026 W/mK.
Rd ligt dan grofweg rond 4,6 tot 5,5.
De rc van het dak ligt hoger dan alleen die rd, omdat ook gipsplaat, dakbeschot, luchtlagen en de overgangsweerstanden meetellen. Maar let op: koudebruggen (houten kepers) drukken de effectieve prestatie als je niet doorlopend isoleert.
Voorbeeld 2: glaswol platen in een voorzetwand
Je kiest glaswol platen voor flexibiliteit, goede vulling en geluidsdemping.
Stel: 140 mm glaswol met λ rond 0,032–0,040 W/mK.
Rd ligt grofweg rond 3,5 tot 4,4.
De rc van de wand bestaat uit die rd plus r van bijvoorbeeld gips, OSB/regels, spouw/luchtlaag (als die er is) en de overgangsweerstanden. In wanden speelt luchtdicht afwerken (kieren) sterk mee: kieren verlagen de praktijkprestatie, ook al “klopt” rd op papier.
Voorbeeld 3: xps platen onder een betonvloer
Je kiest XPS platen als drukvaste, vochtbestendige vloerisolatie.
Stel: 100 mm XPS met λ rond 0,029–0,038 W/mK.
Rd ligt grofweg rond 2,6 tot 3,4.
De rc van de vloer is rd (XPS) + r van beton/dekvloer + overgangsweerstanden. In vloeren is ook de plaatsing belangrijk: onder de hele vloer én langs de randen (rand/perimeter) beperk je warmteverlies en koudebruggen.
Voorbeeld 4: resol platen bij minimale opbouwhoogte
Je kiest Resol platen als je heel hoge rd wilt bij weinig dikte (zeer lage λ).
Stel: 80 mm resol met λ rond 0,020–0,023 W/mK.
Rd ligt grofweg rond 3,5 tot 4,0.
In rc zie je naast de isolatie ook de invloed van afwerking en constructie. Resol is interessant bij renovaties met krappe ruimte, maar de totale rc hangt nog steeds af van de rest van de opbouw en de aansluitdetails.
Vergelijk materialen met rd: kies een dikte en kijk welk materiaal de hoogste rd geeft binnen jouw ruimte. Controleer de rc van het bouwdeel: kijk naar de totale dak-/wand-/vloeropbouw, inclusief koudebruggen en aansluitingen. Werk luchtdicht en vochtdoordacht: tape naden, sluit kieren, en plaats damprem/folies volgens de opbouw (dit voorkomt prestatieverlies en vochtproblemen).